Interview met Sterre Otten 

Fotograaf Sterre - “Nu mag ik mezelf zo noemen!" - had al besloten om door te studeren, de coronacrisis bevestigde die beslissing alleen maar. “De stap van school naar de buitenwereld is voor onze lichting extra groot. Jezelf positioneren in het werkveld als maker is in deze tijd erg lastig." Op vacaturesites kwam ze weinig relevante functies tegen en een eigen bedrijf starten als commercieel portretfotograaf zag ze niet zitten, ook al is dat de plek waar het geld wordt verdiend.

“Mensen verwachten vaak dat je als fotograaf alles kan en alles doet," zegt Sterre. “Maar ik ben documentairefotograaf. Dát is wat ik kan en wil doen. Ik ga niet de switch maken alleen vanwege wat onzekerheid over de toekomst." 

Ze had overigens nooit gedacht dat ze na acht jaar studie - vóór de HKU volgde ze een vierjarige mbo-opleiding tot fotograaf aan het Koning Willem I College in Den Bosch - de puf zou hebben voor nóg een opleiding. Maar, vertelt ze, ze merkte dat ze behoefte had aan een verdiepingsslag. “Al vanaf het eerste jaar vond ik de hoorcolleges Kunstgeschiedenis superinteressant. Voor veel van m'n studiegenoten was dat het perfecte moment om uit te slapen; ik zat ingelezen en voorbereid en wel in de klas."

Via de Radboud Universiteit in Nijmegen vond ze een premaster en een master Kunstgeschiedenis, een traject van twee jaar totaal. Lachend: “Die studie leek me zo vet, dat ik dacht, welja, doe ik dat ook nog even."

Sterre verwacht bovendien dat haar kansen op de arbeidsmarkt alleen maar zullen toenemen met het behalen van deze master. “Ik heb straks WO-niveau, maar belangrijker nog, ik heb dan de juiste papieren om les te gaan geven." Ze zou graag op een dag terugkeren naar de HKU of een andere kunstvakopleiding, om “kennis door te geven aan de nieuwe lading jeugd", of aan de slag gaan als zelfstandig kunsthistoricus of curator van tentoonstellingen.

Maar het allerliefste wil ze natuurlijk verder in de documentairefotografie. “Het mooiste van mijn vak is dat je echt een band opbouwt met je onderwerp. Het begint bij mij altijd bij een oprechte interesse in een persoon." Die persoon kan een spannend beroep hebben, of een buitengewone hobby, of zich in voor Sterre onbekende en interessante werelden begeven, maar in haar werk probeert ze zo dicht mogelijk bij de mens achter alle opsmuk te blijven.

Voor haar afstudeerwerk 'Miss Moraaa' volgde ze Bram, een jonge student die regelmatig optreedt als drag queen. “Maar ik wilde geen documentaire maken over een drag queen, ik wilde het publiek Bram laten zien. Wat mij aan hem intrigeerde waren onze verschillen: hij is extravert, komt altijd uit voor zijn mening en doet wat hij doet, ongeacht wat anderen daarvan vinden. Ik ben wat behoedzamer en minder uitgesproken, al lijken we wel weer op elkaar in die zin dat we allebei heel goed weten wat we willen."

Sterre wilde de kijker Brams wereld laten ervaren, precies op de manier zoals zij zelf ook ooit in zijn wereld stapte. De volgorde van de webdocumentaire volgt dan ook haar eigen proces: eerst leer je Bram kennen, zijn appartement, zijn omgeving. Rond het midden van de fotodocu zie je steeds meer van Miss Moraaa, richting het einde keer je weer terug bij Bram. "Bram is een heel creatieve jongen; iemand die zijn eigen identiteit onderzoekt door op te treden en nieuwe dingen te creëren. Hij inspireert daarmee ook weer andere jongeren, dat vind ik zo mooi aan hem."

Tijdens de coronacrisis kwam Bram natuurlijk ook thuis te zitten; hij had amper nog les, behalve Sterre weinig sociale contacten en er kwamen geen boekingen voor shows meer binnen. Sterre zag dat hij in een dip raakte. Ze zetten samen een livestream op waarin hij alsnog zijn optreden kon doen. "Ik wilde hem zijn podium teruggeven," zegt ze. "Door die livestream moest hij weer gaan nadenken over make-up, outfits, muziek, choreografie... Hij kreeg weer een doel."

Het optreden komt niet terug in Sterre's eindwerk, en dat was ook niet de bedoeling. "Het ging mij veel meer om het proces. Het bracht ons dichter bij elkaar, we zijn het project ook meer gaan zien als een samenwerking."


Haar fascinatie voor documentairefotografie ontstond toen ze op het mbo een oud Nederlands ambacht moest fotograferen (ze koos voor een molenaar). Haar behoefte om het onbekende zichtbaar te maken, dichtbij te halen wat anders op afstand blijft, vormt sindsdien de rode draad in haar werk. Ze liep al eens mee met de politie en brandweer (“de brandweersirene maakte me altijd angstig en ik vroeg me af: ervaren brandweermensen op weg in hun wagen zelf ook die paniek? Nee dus – ze hebben het rustig over wat ze die avond gaan eten”), voer mee op een schip en lag in de modder om marinierstrainingen op Texel vast te leggen.

Deze zomer zal ze het proces van een kennis volgen bij wie onlangs borstkanker is geconstateerd. Het wordt het eerste documentaire project dat niet uit een eigen initiatief voortkomt, maar waarvoor ze door een ander is gevraagd. 

Sterre vindt het belangrijk om als documentairefotograaf zoveel mogelijk op te gaan in de wereld van haar onderwerp. Ze past zich soms bijna onbewust aan aan haar omgeving, vertelt ze; ze voelt zich soms net een rechercheur die aan de hand van allemaal foto’s op haar werkmuur grip op de zaak probeert te krijgen. Een zaak die pas net is geopend: “Er is nog zoveel in de wereld waar ik nog geen weet van heb. Ik heb nog van alles te onderzoeken.”

Tekst Christine Geense

Using Format